Bloembollen Bollen die blij maken

U koopt uw bloembollen bij ons en daar stelt u de nodige eisen aan: soortecht, goede bloei en gezond. Maar er is misschien meer waar u waarde aan hecht als het om onze bollen gaat. Zijn ze duurzaam geteeld, zijn ze vrij van neonicotinoïden en daarvoor veilig voor bijen en hommels? Terechte vragen, waar we graag antwoord op geven. We informeren u hierbij graag over de inzet van de bloembollensector om duurzaam te telen en welke mogelijkheden dat de ondernemer biedt.

Duurzaam telen

Ondernemers in de bloembollensector willen graag een kwalitatief uitstekend product afleveren. Soms moet dat zelfs, omdat de bollen naar een land gaan dat hoge eisen stelt als het gaat om de aanwezigheid van bepaalde ziekten en plagen. Om aan die hoge kwaliteit te voldoen, zet de ondernemer zijn vakmanschap in. Alles is gericht op het voorkomen van ziekten en plagen. Schoon werken, investeren in gezond plantmateriaal, het hoort er gewoon bij. Maar bloembollen staan in de open lucht en kunnen daardoor ziek worden van schimmels of virussen. Die kan de teler bestrijden met middelen die daarvoor zijn toegelaten door de Nederlandse overheid. Elk middel dat mag worden gebruikt moet vooraf uitgebreid door de producent worden getest op de schadelijkheid voor vogels, vissen, insecten en bodemleven. Daarnaast gelden er strenge regels voor het gebruik. Dat moet absoluut veilig zijn voor mens en dier. Op die manier zetten ondernemers in op duurzaam telen van bloembollen. In met name de teelt van de vele bijzondere bolgewassen gebruiken telers vaak bijna of helemaal geen middelen.

Neonicotinoïden

Veel consumenten zijn bezorgd over het gebruik van een bepaalde groep insectenbestrijdingsmiddelen: de zogenoemde neonicotinoïden. De groep bestaat uit verschillende werkzame stoffen. De bloembollenteler mag deze al geruime tijd niet meer gebruiken. De bollen die u dus bij Nijssen Bloembollen koopt, zijn vrij van neonicotinoïden.

Moderne technieken

De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe mogelijkheden ontwikkeld voor ondernemers om met zo min mogelijk middelen te werken. Zo zijn er waarschuwingssystemen voor schimmels en insecten. Daardoor hoeft de teler niet volgens een vast schema te spuiten, maar alleen als het systeem signaleert dat dit nodig is. Hierdoor is veel minder middel nodig dan voorheen. Daarnaast kan de teler ziekten aanpakken in de bewaarcel op zijn bedrijf. Door de bollen een bepaalde periode te behandelen met warme lucht, gaan schadelijke organismen zoals trips en aaltjes dood, terwijl de bol blijft leven. Hierdoor hoeven deze organismen niet meer in het veld te worden bestreden. Ook een combinatie van warmte en een heel laag zuurstofgehalte in de bewaarcel helpt schadelijke organismen te doden. Ook volop toegepast is het inunderen. Dit houdt in dat een stuk grond drie maanden of langer onder water wordt gezet. Daardoor verdwijnen heel veel ziekten die in de grond goed kunnen overleven. Door deze milieuvriendelijke methode hoeft de grond niet meer te worden ontsmet met een chemisch middel. Een positief neveneffect van inunderen is dat vogels in dit water gemakkelijk heel veel voedsel kunnen vinden. Relatief nieuw is de inzet van UV-licht en ECA-water om ziekten te doden in dompelbaden. Beide technieken zijn veilig voor het milieu, de mens en de bloembol. Naar verwachting zal hier door ondernemers steeds meer gebruik gemaakt van worden.

Gezonde bodem

Ondernemers beseffen steeds meer dat een gezonde bodem helpt om duurzaam te telen. Het is bekend dat bollen die groeien in een levende grond, minder kans hebben op ziekten en plagen. Om die reden besteden ondernemers steeds meer aandacht aan een gezond en actief bodemleven. Dat doen ze door het telen van groenbemesters, die door hun diepe beworteling zorgen voor een goede doorlatendheid van de grond. Deze zaaien ze na het rooien en ze blijven vaak meer maanden op het land groeien. Door ze ook in de winter op het land te laten staan, zorgen ze voor voedsel voor vogels en beschermen ze de grond tegen erosie vanwege neerslag of wind. Groenbemesters brengen ook organische stof in de bodem, dat het bodemleven stimuleert. Steeds meer telers kiezen voor een mengsel van soms meer dan tien verschillende groenbemesters. Op die manier stimuleren ze de biodiversiteit en maken ze gebruik van de vele verschillende eigenschappen van die groenbemesters. Waar de een diep wortelt, vormt de ander miniknolletjes met stikstof, die door de erna te telen bollen weer kan worden opgenomen. Op die manier hoeft de teler minder kunstmest te strooien. Groepen telers gaan met elkaar na hoe het bodemleven is te stimuleren met bijvoorbeeld mycorrhiza’s, goede schimmels waarvan bekend is dat ze een positief effect hebben op de stofwisseling van plantenwortels.

Bollenvogels

Al enkele jaren zijn er zorgen over de vogels in Nederland. Het goede nieuws is, dat juist in bloembollenvelden een aantal vogelsoorten het goed naar zijn zin heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gele kwikstaart en de patrijs. Deze vogels kunnen tussen de bloembollen ongestoord nestelen en hun jongen uitbroeden. In diverse teeltgebieden zijn telers zelf actief met het bijhouden van de vogelstand.

Schoon water

Ondernemers hebben de plicht om de sloot vrij te houden van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. Dit bereiken ze door op een deel van het land dat tegen de sloot aan ligt, geen middelen en meststoffen toe te dienen. Voor deze zogenoemde spuitvrije zone gelden duidelijke regels, waarop door het waterschap ook wordt gehandhaafd. De afgelopen jaren hebben groepen telers via het project Schoon erf, schone sloot gekeken hoe ze konden voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen vanaf het erf in het slootwater zouden komen. Nieuwe inzichten helpen om zo de sloot nog schoner te maken. De afgelopen jaren zijn veel planten zoals zwanebloem, dotterbloem en watergentiaan weer teruggekeerd in veel sloten.

Energiebesparing

Een schoner milieu betekent ook besparen op energie. Najaar 2015 kon de bloembollensector melden dat er in vijf jaar tijd bijna 25% energie was bespaard en bijna 30% minder CO2 was uitgestoten. Dit kon de sector realiseren omdat er met gezamenlijk betaald onderzoek nieuwe technieken konden worden getest, die daarna hun weg vonden naar de praktijk. Drogen met warme lucht onder het dak vandaan en steeds meer gebruik van LED-verlichting in de bloementeelt van met name tulpen in de winter dragen flink bij aan de energiebesparing. Ook op deze manier werkt de bloembollensector aan een duurzame teelt.

Arie Dwarswaard