Omschrijving
Van voor 1700 dateren de eerste beschrijvingen van deze in Zuidoost-Europa, Cyprus, de Kaukasus
en West-Turkije voorkomende species. Door kruisingen en veel selectiewerk zijn de tegenwoordig aangeboden cultivars ontstaan. Oosterse anemoontjes zijn prima te gebruiken voor verwildering. Maar ook leuk in potten te combineren met bijvoorbeeld vergeet-mij-niet en viooltjes.
Nederlandse benaming: anemoon of windbloem. Herkomst: van Zuidoost-Europa tot en met Centraal-Azië. Carolus Clusius introduceerde ruim 400 jaar geleden dit gewas in Nederland. Anemonen zijn vooral geliefd om hun contrasterende, felle kleuren. Er zijn wel 70 soorten bekend. Volgens een Griekse sage: De tranen die Aphrodite om de stervende Adonis weende, rolden op de aarde en veranderden in anemonen.