Drimiopsis maculata
Van origine inheems in Zuid-Afrika werd dit in cultuur makkelijke bolgewasje daarvandaan ingevoerd in 1868 door de V.O.C. in Nederland. De plant die Afrikaanse Hosta als volksnaam gekregen heeft, tooit zich na een winterslaap in het voorjaar met veel jong blad waarvan de bovenzijde bedekt is met donkere vlekjes.Vanaf begin mei, wanneer de kans op nachtvorst is geweken, kunnen ze buiten op een zonnige plek worden gekweekt. De vrij kleine bolletjes groeien het best in en voedzaam kleiachtig grondmengsel en moeten gedurende het groeiseizoen vochtig gehouden worden met af en toe een bijmesting in het gietwater. De onooglijke witte bloemetjes zitten aan het eind van een lange stengel. In het najaar trekt de plant zich terug en verliest al het blad. Over-wintern bij 5 graden C.